Over socialisme, vrijheid en de zieke samenleving
In 1949 schreef Albert Einstein het essay Why Socialism?. Op het eerste gezicht een curiosum: een natuurkundige die zich mengt in sociale en politieke vragen. Maar wie het vandaag leest, merkt iets ongemakkelijks: Einstein beschreef geen wereld van gisteren, hij schetste een samenleving die nog moest komen.
De vergissing van het geïsoleerde individu
Einstein vertrekt van een eenvoudig maar radicaal uitgangspunt: de mens is geen autonoom eiland. Hij is van bij het begin een relationeel wezen, gevormd door anderen, afhankelijk van structuren die hij zelf niet heeft gekozen.
Het kapitalisme, zo stelt Einstein, doet alsof het tegenovergestelde waar is. Het verheerlijkt het individu als zelfgemaakt project en herleidt vrijheid tot concurrentie. Maar een samenleving die mensen voortdurend tegen elkaar uitspeelt, produceert geen vrije burgers — ze produceert angstige performers.
Hier raakt Einstein aan wat later bij Erich Fromm expliciet wordt: een cultuur die het hebben boven het zijn plaatst, maakt mensen innerlijk armer naarmate ze uiterlijk succesvoller worden.
Economische macht als onzichtbare heerschappij
Einsteins meest politieke punt is misschien ook zijn scherpste: formele democratie is niet hetzelfde als werkelijke zelfbeschikking.
Wanneer economische macht geconcentreerd raakt, beïnvloedt zij:
wat als “realistisch” wordt voorgesteld
welke stemmen gehoord worden
hoe onderwijs, media en zelfs verlangen worden gevormd
De burger mag stemmen, maar denkt binnen grenzen die hij niet zelf heeft getrokken. Democratie wordt zo een procedure zonder substantie — een idee dat later bij Bauman terugkeert, wanneer hij spreekt over vloeibare samenlevingen waarin verantwoordelijkheid verdampt.
Socialisme als morele correctie
Einstein verdedigt socialisme niet als technocratisch systeem, maar als ethisch tegenverhaal. Niet alles wat efficiënt is, is menselijk. Niet alles wat rendeert, is wenselijk.
Voor Einstein betekent socialisme:
economie ten dienste van menselijke behoeften
zekerheid als voorwaarde voor vrijheid
onderwijs dat sociale verantwoordelijkheid cultiveert
Tegelijk waarschuwt hij expliciet voor autoritarisme. Socialisme zonder democratie is geen bevrijding, maar een nieuwe vorm van vervreemding. Ook daarin toont Einstein meer filosofische voorzichtigheid dan veel ideologieën
De zieke samenleving
Wat Einstein beschrijft, herkennen we vandaag als symptomen van een zieke samenleving:
permanente prestatiedruk
onzekerheid vermomd als flexibiliteit
vrijheid gereduceerd tot keuze tussen producten
De mens wordt niet onderdrukt door dwang, maar door verwachtingen. Niet door censuur, maar door economische noodzaak. Vrijheid wordt zo een plicht — en precies daarin slaat zij om in onvrijheid.
Slot: waarom dit ertoe doet
Einstein herinnert ons eraan dat economische systemen nooit neutraal zijn. Ze vormen mensen, verlangens en levensverhalen. De vraag is dus niet alleen hoe we produceren, maar wie we daardoor worden.
Zijn pleidooi voor socialisme is uiteindelijk geen economisch pamflet, maar een filosofische waarschuwing:
een samenleving die haar morele kompas uitbesteedt aan de markt, verliest vroeg of laat zichzelf.