De kunst van de oorlog vandaag.

De kunst van de oorlog en de zieke samenleving. Of, waarom we geleerd hebben te winnen, maar verleerd zijn te leven


Oorlog, zo stelt Sun Tzu in De kunst van de oorlog, is geen kwestie van geweld, maar van inzicht. Wie denkt dat strijd beslist wordt door spierkracht of wapens, heeft het wezen van macht al gemist. De ware overwinning ligt niet op het slagveld, maar in de situatie die maakt dat het slagveld overbodig wordt. In die zin is Sun Tzu verrassend actueel. Niet omdat we vandaag meer oorlog voeren, maar omdat oorlog onze manier van samenleven is geworden.

Strategie als mensbeeld
Sun Tzu vertrekt van een nuchter mensbeeld. De mens is geen moreel ideaal, maar een handelend wezen dat reageert op angst, belang, eer en onzekerheid. Strategie is daarom geen cynische kunst, maar een noodzakelijke omgang met de tragiek van het menselijke bestaan. Wie deze tragiek ontkent, wordt gevaarlijk. Wie haar begrijpt, kan vernietiging beperken.
Opvallend is dat De kunst van de oorlog nauwelijks over wapens spreekt. Het boek gaat over timing, moraal, perceptie en zelfkennis. Oorlog is bij Sun Tzu geen explosie van geweld, maar een intensivering van sociale dynamieken die altijd al aanwezig zijn. Daarmee suggereert hij iets ongemakkelijks: oorlog is geen afwijking van de menselijke orde, maar een extreme vorm ervan.
De hoogste ethiek ligt voor Sun Tzu dan ook niet in heldendom, maar in beperking. De beste overwinning is die zonder strijd, zonder doden, zonder ruïnes. Dat maakt hem paradoxaal genoeg minder gewelddadig dan veel moderne samenlevingen die zichzelf als vreedzaam beschouwen.

Van slagveld naar samenleving
In hedendaagse neoliberale samenlevingen is oorlog zelden militair. Zij heeft zich verplaatst naar domeinen die officieel neutraal of zelfs bevrijdend heten: de arbeidsmarkt, het onderwijs, de media, de politiek, het zelf. Overal heerst competitie, ranking, selectie en uitsluiting. De logica van de oorlog is niet afgeschaft, maar genormaliseerd.
Sun Tzu’s principes functioneren hier als onuitgesproken handleiding. Ken je tegenstander wordt data-analyse. Misleiding heet framing. Win zonder strijd betekent: zorg dat de ander nooit als legitieme gesprekspartner verschijnt. Macht wordt niet meer uitgeoefend via dwang, maar via omstandigheden. Wie faalt, lijkt dat aan zichzelf te danken te hebben.
Het resultaat is een samenleving in permanente staat van alertheid. Iedereen is tegelijk soldaat en slagveld. Rust wordt verdacht. Twijfel geldt als zwakte. Identiteit wordt herleid tot prestatie. Wat Sun Tzu bedoelde als middel om oorlog te beperken, is verworden tot een mechanisme dat strijd overal invoert.

De innerlijke oorlog – Kierkegaard
Waar Sun Tzu de externe strijd analyseert, richt Søren Kierkegaard zich op de innerlijke. Voor hem is de mens geen gegeven, maar een opdracht. Het zelf moet zichzelf worden, en precies daarin schuilt de mogelijkheid van vertwijfeling. In een samenleving waarin alles competitie is, wordt deze vertwijfeling structureel.
De vijand zit niet langer buiten ons, maar in onszelf. We vergelijken ons voortdurend met anderen, maar vooral met een ideaalbeeld dat nooit bereikt kan worden. De neoliberale mens voert een permanente oorlog tegen zijn eigen tekortschieten. Hij hoeft niet meer gedwongen te worden — hij disciplineert zichzelf.
Sun Tzu zou zeggen: ken jezelf. Kierkegaard zou antwoorden: de meeste mensen durven dat niet. Want echte zelfkennis ondermijnt het systeem dat leeft van voortdurende zelfoptimalisatie.

Macht zonder strijd – Foucault
Michel Foucault radicaliseert Sun Tzu’s inzicht. Macht functioneert het best wanneer ze onzichtbaar wordt. Niet het openlijke bevel, maar de norm; niet het geweld, maar de discipline. De moderne samenleving heeft de oorlog geïnternaliseerd. Zij heeft geen slagvelden nodig, omdat zij lichamen, tijd en verlangens beheert.
Waar Sun Tzu stelt dat de hoogste overwinning zonder strijd plaatsvindt, laat Foucault zien hoe moderne macht precies zo werkt. Mensen gehoorzamen niet omdat ze moeten, maar omdat ze denken dat ze willen. Oorlog wordt beheer. Strategie wordt structuur. Vrijheid wordt een vorm van zelfdwang.
Machiavelli en de erfenis van de macht
Machiavelli staat historisch het dichtst bij Sun Tzu. Ook hij ziet politiek als een strijd om stabiliteit in een onzekere wereld. Moraal is geen uitgangspunt, maar een risico. Toch is er een verschil. Machiavelli denkt vanuit de heerser. Sun Tzu denkt vanuit het geheel van omstandigheden.
Dat maakt Sun Tzu subtieler en gevaarlijker. Zijn denken leent zich moeiteloos voor systemen waarin niemand nog verantwoordelijk lijkt, maar waarin alles strategisch is ingericht. Precies daarom past hij zo goed in een neoliberale orde die beweert geen ideologie te hebben.
Wanneer alles oorlog wordt
Het probleem van onze tijd is niet dat we te weinig strategie hebben, maar dat we haar overal toepassen. Wanneer alles strijd wordt, verliest de mens zijn rust. Wanneer alles optimalisatie wordt, verliest de mens zijn waardigheid. Een samenleving die permanent inzet op winnen, produceert noodzakelijk verliezers — en uiteindelijk ook leegte.
Sun Tzu wilde oorlog beheersen om haar te beperken. Wij hebben zijn logica veralgemeend en daarmee het conflict genormaliseerd.

De vraag die zich vandaag opdringt is daarom niet hoe we beter kunnen winnen, maar wanneer we durven weigeren om nog langer oorlog te voeren. Misschien begint echte vrede niet bij ontwapening, maar bij het doorbreken van een wereldbeeld waarin de ander altijd een tegenstander is — en wijzelf nooit genoeg.

Comments

Popular posts from this blog

Vervreemding of vervreemd zijn

ICE: gevangen voor de winst

De Ziekte van de Ongelijkheid: Hoe de Kloof de Politiek Vergiftigt